Geschiedenis 
Rondom 1950 ontwikkelde de Franse arts P. Nogier de ooracupunctuur ofwel Auriculotherapie. Nogier kreeg een aantal patienten op zijn spreekuur die een brandplekje op de oorschelp hadden.Bij navraag bleken dit littekens te zijn als overblijfsels van een succesvolle therapie tegen ischias door een natuurgenezer. Zij gebruikte daarbij een gloeiend ijzeren staafje om bepaalde punten op de oorschelp te branden. De pijn verdween daardoor snel, vaak al tijdens de behandeling. Nogier werd hierdoor geïnspireerd.Als acupuncturist gaf hij de voorkeur aan naalden boven het maken van een lokale brandwond. Nogier experimenteerde verder en vond een richel in het oor die reflexmatig samenhing met de wetenschap.  
Nogier, die zich ook bezig hield met manuele therapie raakte nog meer geboeid door de projectie van de gehele wervelkolom op de oorschelp. Later vond hij meer reflexmatige relaties tussen het oor en het lichaam. Intutief bedacht hij dat de oorschelp overeenkomsten vertoont met het menselijke embryo. Uit deze voorstelling ontwikkelde hij de hypothese over de acupunctuurpunten op de oorschelp. Dit was het begin van de moderne westerse ooracupunctuur. Nogiers bevindingen werden in China overgenomen waarna de 'Chinese ooracupunctuur' zich ontwikkelde. 
Tegenwoordig wordt de werking van auriculo via het neurovegetatieve-, neurohormonale- ,en neuro-endocriene systeem uitgelegd. 
Auriculo Medicinae (Oorgeneeswijze) 
Bij de Auriculo Geneeswijze wordt het oor gebruikt voor zowel diagnostiek (dmv filters) als therapie. Hierbij wordt de VAS gebruikt. Ook ontdekt door Nogier rond 1968. De VAS (Vasculair Autonoom Signaal) is een vaatreactie, die op iedere grotere arterie is te voelen. De VAS verloopt over het autonome zenuwstelsel en kenmerkt zich onder andere door herhaalbaarheid, grote snelheid en reacties op zeer lichte prikkels. Via de VAS kan men allerlei processen van het lichaam en de psyche bestuderen waarbij een combinatie wordt gemaakt van Westerse, Chinese en Indiase geneeswijze. 
Meestal worden de punten geprikt met zogenaamde verblijfsnaalden, kleine naaldjes die er enkele dagen tot weken in blijven. Andere technieken zijn gewone naalden, laser, elektrisch stimuleren en plakken van kleine kogeltjes.